Toen er minder was

Van Lindenlaan tot cassettebandjes en weekendtelevisie.
Over hoe beperking geen tekort was, maar aandacht.

Lindenlaan

Jaren zeventig.
Later de jaren tachtig.
Waasmunster.

Onze straat was rustig. Zo’n straat waar auto’s zelden kwamen en waar kinderen de ruimte vanzelf overnamen. Lindenlaan was doodlopend. Dat betekende vrijheid.

Er waren bomen om in te klimmen.
Bossen die eigenlijk van iemand waren maar waar toch gespeeld werd.
Fietsen die ergens tegen een haag lagen.
En altijd wel ergens een groepje kinderen.

We speelden verstoppertje, tikkertje, bosspelen.
We bouwden kampen tussen struiken.
Soms klommen we zo hoog mogelijk in een boom, gewoon om te zien of het kon.

De straat hoorde een beetje van iedereen.

In die tijd hield niemand je in het oog.
Je moest gewoon voor donker thuis zijn.
Liefst zonder kleerscheuren.
Dat was alles.

Iemand riep wel eens een naam van twee huizen verder en je wist: tijd om te gaan eten.

Niemand had een gsm.
Niemand had internet.

De wereld was klein. Maar dat voelde niet zo.


De ijsbel

En dan, ergens op een warme namiddag, hoorde je het geluid.

Niet muziek zoals in films.
Een luide metalen bel.

De ijskar.

Dat geluid ging door de hele straat.
Kinderen die plots begonnen te lopen.
Een paar munten in een hand.

Het menu was simpel.

Een ijsje.
Of een groter ijsje.

Meer was er niet.

Maar dat maakte niet uit.

Ik stond daar in de zon, ijs dat langzaam begon te smelten, en probeerde zo lang mogelijk van elke hap te genieten. Niet te snel eten. Niet te veel laten vallen.

Het was een klein moment. Maar het was genoeg.

Soms ging ik logeren bij mijn bonmama in Lint.
Van die zonnige dagen die in mijn hoofd blijven hangen.
Ik weet niet meer wat we precies deden.
Maar wel dat het fijn voelde om daar te zijn.

In Lint was het geen roepen.
Daar was het een koebel.


Winters

En dan de winters.

Niet elke winter, maar sommige.

Sneeuw die bleef liggen.
Niet voor een paar uur, maar voor dagen.

Sneeuwmannen in de tuin.
Sleetrekken op kleine hellingen.
Rode handen en natte laarzen.

De kou maakte alles stiller.

Maar tegelijk voelde alles levendig.


Televisie

Televisie was schaars.

Een paar zenders.
Voor kinderen enkel op woensdagmiddag.

Als tiener een wekelijkse weekend film.
Vaak een misdaadfilm.

Op het einde zei iemand bijna altijd:
“I did it for the money.”

En toch keek je elke keer.

En dan was er Knight Rider.

Die auto.
Die rode scanner vooraan.

Je moest er zijn wanneer het uitgezonden werd.

Er was geen “later kijken”.

Als je het miste, was het weg.

En dus organiseerde je je rond dat moment.


Internaat

Als tiener ook het internaat in Dendermonde.

Daar veranderde het ritme.

Geen eindeloze namiddagen op straat meer.
Meer school, regels, structuur.

Maar tegelijk ontstond er iets anders.

Gesprekken.
Muziek.
Ontdekkingen.

Ik begon mijn eigen smaak te ontwikkelen.


Cassettebandjes

En muziek werd een wereld op zich.

Cassettebandjes.

Radio opnemen.
Vinger boven de knoppen.

Play en record tegelijk indrukken.

Te vroeg? Dan hoorde je de presentator praten.
Te laat? Dan miste je het begin van het nummer.

Maar je hield het resultaat toch.

De imperfectie hoorde erbij.

Later begon ik zelf te experimenteren.

Mixtapes maken.
Nummers proberen laten overlappen.

Zonder mengpaneel.

Gewoon door slim te starten en stoppen, gebruik makend van het moment waarop een nummer nog uitdoofde terwijl het volgende al begon.

Een soort handmatig puzzelen met geluid.

Op een bepaald moment maakte ik zo zelfs een mix die een lokale vrije radio opviel.

Ze konden nauwelijks geloven dat die zonder mengpaneel gemaakt was.

Maar dat was juist het plezier.

Door die beperking werd ik creatief.


De eerste stappen als DJ

Toen ik zeventien was begon ik verjaardagsfeestjes te draaien voor klasgenoten.

Later trouwfeesten.
Nieuwjaar.
Steeds een beetje groter.

Maar alles begon klein.

Ik herinner me nog hoe ik ooit naar een supermarkt ging om een mengpaneel te kopen.

De verkoper vroeg wat ik al had.

Platenspelers?
Versterker?

Niets.

Hij keek me aan en zei vriendelijk dat ik eerst een versterker nodig had.

Dat soort eerlijk advies vergeet je niet.


Platenwinkels

Platenwinkels werden heilige plaatsen.

Binnenstappen.
Luisteren.
Twijfelen.

Is dit de plaat?

Ik kon niet alles horen.
Ik kon niet alles hebben.

Dus elke keuze telde.

Ik luisterde die platen daarna honderd keer.


Minder keuzes

Als je er nu op terugkijkt, was er eigenlijk weinig keuze.

Minder muziek.
Minder tv.
Minder opties.

Als iets er was, was je er ook echt bij.


Nu

Vandaag hebben we bijna alles.

Alle muziek.
Alle films.
Alle antwoorden.

En dat is fantastisch.

Maar soms denk ik terug aan die momenten waarop er maar één ijsje was.
Eén programma op tv.
Eén plaat waar je weken naar uitkeek.

En hoe volledig je daarin aanwezig kon zijn.

Niet omdat vroeger beter was.

Maar omdat je er middenin stond.


Wat blijft

Wat ik vooral onthoud, is dit:

de jongen die in bomen klom in Lindenlaan,
die een ijsje kocht bij de ijskar,
die cassettebandjes opnam van de radio,
die zijn eerste mixtapes maakte zonder mengpaneel,

die jongen is nooit echt verdwenen.

Hij zit er nog.

Misschien een beetje ouder.
Misschien een beetje rustiger.

Maar nog altijd klaar om een goed nummer te horen en te denken:

dit moet ik onthouden.